Staan en betasten, hoe eng kan dat zijn?

Auteur: Greet Abbink

Graag wil ik een stukje schrijven over de oefening staan en betasten. Een verplicht onderdeel tijdens gehoorzaamheidscursussen maar ook op shows en natuurlijk in de praktijk, bijvoorbeeld bij dierenarts bezoek.

Op het laatste B examen waren er in het groepje waar ik met mijn herder in mee deed twee honden die terug deinsden bij deze oefening en 1 hondje deed zelfs een fikse uitval naar de examinator! Terwijl deze honden tijdens de lessen nooit iets van terughoudendheid hadden laten zien, laat staan dat er een uit zou vallen … De term “dat doet hij anders nooit” was hier wel heel erg van toepassing! Toch moet mij van het hart dat ik de uitval bij het kleine hondje aan zag komen en zoiets is te voorkomen want het is voor vier partijen niet leuk dat zo’n uitval plaats vindt. De baas die zich rot schrikt, de examinator die net op tijd zijn vingers kan redden, de instructeur die een gedrag waarneemt dat dit hondje nooit heeft laten zien en natuurlijk de hond zelf die de rest van de examen onderdelen maar matig uitvoert door alle stress.

Waarom zag ik het aankomen? Aan een aantal signalen, die je dan zo vanaf de zijlijn als je met je eigen hond staat te wachten oppikt en dat allemaal in een flits want het gebeurt vaak erg snel. De hond wordt door het baasje in een sta positie gezet waarop de examinator op baas en hond afloopt en vraagt of de hond te vertrouwen is. Ja hoor zegt het baasje, die er duidelijk van uitgaat dat haar hond super sociaal is. De examinator buigt zich voorover met een uitgestoken hand om de hond te laten ruiken voor een eerste kennismaking maar de hond reageert hierop door iets terug te deinzen. De lichaamshouding van de hond laat zien dat ze geschrokken is van deze man, oortjes naar achteren, verschrikt kijken, staartje laag. De examinator gaat toch verder en spreekt de hond geruststellend toe, evenals het baasje; “het is goed, braaf zo”. De hond vindt de situatie bedreigend en valt in een flits uit. De hond beet niet door en er was alleen wat schrik maar daarna proberen baas en examinator de hond alsnog aan te halen en met een brokje te lokken om hem gerust te stellen, wat maar gedeeltelijk lukt.

Omdat ik zelf ook zo’n soort hondje heb, een Jack Russell, waarvan ik bij voorbaat al weet dat ze vreemden niet leuk vindt ben ik me gaan verdiepen in het gedrag van honden in het algemeen. Ook vanwege het feit dat mijn Altdeutsche Hutehund vrij moeilijk is en ik daar mijn handen aan vol heb. We hebben veel honden thuis (10), voornamelijk Border Collies en Herders voor het werk bij de schapen maar ook wat kleine hondjes. Het gedrag van honden intrigeert me mateloos, vooral als je erachter komt dat je na zo veel jaren kennis en ervaring een Herdershond en een Jack Russell in huis krijgt die niet de makkelijkste zijn en weer helemaal opnieuw kunt beginnen met kennis vergaren. Ik stuitte vorig jaar in Engeland op de serie “The Dog Whisperer” van Cesar Millan en raakte geïnteresseerd in zijn visie. (inmiddels ben ik CM ambassadeur geworden om uitleg en ondersteuning over zijn visie te geven) Hij heeft enorm veel kennis van honden gedragingen in roedelvorm (bij hem lopen soms 30-40 honden in een grote roedel, waaronder pitbulls, herders, rottweilers en kleine hondjes zonder enig probleem) heb ik al zijn boeken en DVD’s gekocht en ben aan het leren geslagen. Veel trainers en gedragsbegeleiders vinden zijn manier ouderwets en gevaarlijk omdat hij honden fysiek corrigeert. Er zit toch wel degelijk een hele goede theorie achter die hij heel duidelijk beschrijft in zijn boeken. Cesar benadrukt hoe je als baas een duidelijke, strenge maar vooral eerlijke roedelleider moet zijn over je hond. Dus nooit uit frustratie of boosheid corrigeren maar alleen als aanwijzing dat een bepaald gedrag niet door de beugel kan. Verder streeft hij vooral naar deze regel: “eerst veel beweging en discipline en dan pas genegenheid”. Hij moedigt hondeneigenaren aan meer te doen met hun hond, meer lichamelijke beweging en een taak geven en pas aandacht en genegenheid geven als de hond in een kalme staat is. Mensen maken veel te vaak de fout door de hond te aaien en geruststellend toe te spreken als de hond druk is, in stress situaties hijgt en piept of onzeker gedrag vertoont en gromt. Deze vorm van aandacht is belonend … het onzekere en angstige of drukke gedrag zal daardoor juist toenemen. Net zoals veel dierenartsen de fout maken honden op de behandeltafel een brokje te geven ter geruststelling … terwijl de meeste honden vaak echt bang zijn op die tafel!

Wat hij verder heel goed uitlegt is de zogenaamde “honden etiquette”. Wat is de juiste manier om een hond te benaderen? “De hond NIET benaderen!”. Honden hebben een hele duidelijke sociale structuur die gepaard gaat met veel lichamelijke signalen en weinig met woorden zoals mensen dat kennen. Lichaamstaal, houding en de energie die je uitstraalt zijn erg bepalend voor het feit of de hond iemand wel of niet toestaat aan hem te komen. In roedeltermen is het zo dat een ranghogere nooit naar de ranglagere toekomt. Honden benaderen elkaar nooit met gezicht naar gezicht, behalve als ze elkaar uitdagen. Als je goed kijkt naar honden die elkaar niet zo goed kennen maar contact willen maken dan wordt er eerst heel veel gesnuffeld, vooral aan de “achterkant”.

Het benaderen van een hond volgens de hondse etiquette begint dus bij het feit dat de hond naar jou toekomt en niet andersom. Maak nog geen oogcontact, dan kan bedreigend of beangstigend zijn. De hond zal je onderzoeken door je te besnuffelen, hij leest als het ware je karakter maar bovenal die belangrijke energie die je uitstraalt. Is die energie kalm en zelfbewust, angstig of juist erg gespannen? Als de hond niet bijster geïnteresseerd in je is en wegloopt probeer dan niet de hond middels lokken en aardig doen terug te roepen. Als je dat doet komt dat op de hond over als een ongewenste benadering. Pas wanneer de hond beslist het contact met jou aan te gaan door zachtjes zijn neus of lichaam tegen je aan te drukken, of je handen te likken, mag je hem aandacht geven. Bewaar echter het oogcontact voor als je elkaar echt goed leert kennen, net zoals bijvoorbeeld bij een “eerste afspraakje”. Een hond toestaan om eerst aan ons te mogen ruiken voordat we oogcontact maken of tegen hem praten is de enige manier om vanaf het begin het vertrouwen van de hond te krijgen!

Cesar heeft een aantal uitspraken die zeer regelmatig terugkomen in zijn boeken en filmmateriaal, door deze zo vaak te herhalen zit het na een tijdje heel diepgeworteld in je denken naar honden toe. Over de honden etiquette zegt hij dit: “no touch, no talk, no eye contact” (niet aanraken, niet praten, geen oogcontact). Vooral bij honden die onzeker en angstig zijn werkt dit ontzettend goed. Ik heb met mijn bange Jack Russell hier hele goede ervaringen mee. Ik heb voor haar een jasje laten maken met daarop de tekst “niet aaien” … ze ziet er namelijk zo schattig uit dat iedereen haar wil aaien maar dan schiet ze direct in de stress en ze bijt ook vanuit pure angst. Als ik op plaatsen ben waar veel publiek is (we doen nog wel eens een demo behendigheid en kunstjes of ze gaat mee naar de schapen evenementen) dan krijgt ze dat jasje om en ik leg direct aan het publiek uit dat zij niet benaderd mag worden. Pas als zij zelf de mensen opzoekt en besnuffeld is het mogelijk een redelijke interactie met haar aan te gaan, dit wel steeds onder supervisie van mij uiteraard.

Waarom ging het dus fout bij die oefening staan en betasten? De examinator verlaagde zijn rang door naar de hond toe te gaan, door te bukken maakte hij zich nog lager, de hond toonde angst, deinsde terug maar werd door geruststellend toespreken juist beloond … “zie je wel, baasje vindt die man ook eng, dit is geen zuivere koffie!”. Het geven van een koekje na deze situatie beloont alle stress nog meer.

Wat kan een examinator doen om zoiets te voorkomen? Want het feit blijft dat bij de oefening staan en betasten de examinator altijd naar de hond toekomt en niet andersom. Je zou de oefening eenvoudig om kunnen draaien; je vraagt als examinator of de combinatie naar jou toe wil komen. De hond kan dan even aan de examinator snuffelen, waarna dan gevraagd wordt de hond in een sta positie te brengen. Als de vraag gesteld wordt “is uw hond te vertrouwen” … zou de baas eigenlijk niet altijd het standaard antwoord moeten geven van “ja hoor, hij doet nooit iets”. Elke hond kan bijten … ook de doorgaans lieve honden, zij kunnen zich op een bepaald moment zeer onzeker voelen, vooral tijdens examens, als het baasje gespannen is!! Geef beter een eerlijk antwoord: “mijn hond is doorgaans te vertrouwen maar in deze situatie begeleid ik hem liever”. Met begeleiden bedoel ik dat de eigenaar de hond tijdens het betasten bij de halsband vasthoudt zodat de veiligheid van de examinator gewaarborgd is.

De examinator zelf kan beter niet vooroverbuigend met uitgestrekte hand op de hond afkomen. Nadat de hond gesnuffeld heeft en kalm en ontspannen oogt kan de hond betast worden, waarbij het wel weer belangrijk is de hond niet direct in de ogen aan te kijken. Van belang is ook dat geruststellend toespreken terwijl de hond onzeker is vermeden moet worden. Je kunt beter zwijgen, je opdracht uitvoeren en klaar. Als de hond bij de eerste aanraking al verstart, dan zou ik de oefening afbreken en niet verder gaan. Het betasten over kop, schouders en rug en het optillen van de staart zijn zeer dominante handelingen, die tevens een grote inbreuk maken in de persoonlijke zone van de hond.

Voor de eigenaar is het belangrijk dat ze de moeilijkheidsgraad van deze oefening in zien en veel vaker in hun omgeving mensen moeten vragen de hond te betasten. Maar dan wel middels de honden etiquette; de hond komt naar de vreemde toe, de hond mag die vreemde eerst uitgebreid besnuffelen, de vreemde kijkt tijdens aanraken de hond niet aan, eigenaar en vreemde gaan geen “babypraat” met de hond aan waardoor ongewenst gedrag wordt beloond. Bij het aanraken rustig te werk gaan, als de hond draait en wringt houdt de eigenaar de hond bij de halsband vast en ondersteund eventueel met de andere hand de buik. Blijft de hond echt kalm zonder angst, dan volgt een rustig braaf.

Greet Abbink-Burgers