Uw hond is een Wolf in Carnavalspak

Uw hond is een wolf in carnavalspak (auteur: Rob Mos)

Inleiding

In een samenvatting van mijn methodiek tijdens de opleiding van gedragsadviseurs in 2003, veranderde ik de aanhef: “Een hond is een demente wolf” in: “Een hond is een wolf in een carnavalspak”. Ik weet niet goed meer hoe ik hiertoe kwam. Het zal iets te maken hebben met een freudiaanse associatie, die een relatie had met mijn werkzaamheden tijdens carnavalperiodes in ’s Heerenberg ten behoeve van mijn andere werk. Ik vind het enorm belangrijk cursisten aan het begin van een training met een “probleemhond”, te leren dat een hond geen levende teddybeer is, of een mensje op vier poten. Een hond is een roofdier, met de genetische aanleg meedogenloos te doden en een gebit als wapen hiervoor. Bij een belangrijk deel van onze hondenrassen zou je dit niet verwachten. Wij hebben door ons fokbeleid veel hondenrassen het uiterlijk verschaft van een “lieverd”. Wij hebben van de “duivel” wolf een babyface gemaakt. Onze honden blijven in hun wezen een wolf. Wanneer je wilt bereiken dat onze huishond de aardige, vrolijke en gehoorzame makker wordt, zoals wij hem doorgaans graag zien, zullen wij de wolf in het dier dienen begrijpen en beheersen. Dit begrijpen en beheersen start bij kennis over de ware aard van ons geliefde huisdier. En respect hiervoor, liefst zonder angst. Het kan bijna geen toeval zijn, dat ik tijdens mijn carnavalsvakantie van 2004 een boek van John Fisher ter hand nam, waarin deze, door mij zeer gewaardeerde gedragstherapeut, een uitleg geeft over de ware aard van honden in een vergelijking met wolvengedrag. Ik heb in dit verhaal een belangrijk deel van John Fisher’s uitleg overgenomen, aangevuld met eigen ideeën. Ik vond in wijlen John’s verhaal een geweldige aanvulling op mijn uitleg over hondengedrag aan de hand van zijn wilde voorouder: De wolf. Een van mijn andere voorbeelden Desmond Morris schreef een boek met dezelfde strekking: “Waarom blaft mijn hond?” Dit boek werd later verfilmd (wellicht was de film ook eerder met de titel: “ Van woeste wolf tot trouwe huishond”). Ik heb het gevoel dat John Fisher voor zijn boek te rade is gegaan bij Desmond Morris. “Waarom doet mijn hond zo?” Komt sterk overeen, in opzet en strekking, met “Waarom blaft mijn hond”? En “Van woeste wolf tot trouwe huishond”. Hoe het ook zei; ik vind beide boeken en de film een “must” voor mensen die honden willen begrijpen of leren begrijpen. De film is al jaren lesmateriaal bij mij, voor mensen die hun hond beter moeten leren begrijpen, omdat zij problemen hebben met het dier.

Aanvallen

Als roofdier en onderdeel van een jagende eenheid hebben wolven een taak te verrichten bij het verkrijgen van vers vlees, hun voornaamste voedselbron. Sommige dieren van de troep zullen de prooi besluipen, andere zullen deze in de richting drijven van de wolven die de aanval leiden. Deze specifieke gedragingen zijn gebruikt om de verschillende soorten honden te fokken, zoals honden die kunnen jagen en voorstaan, honden die vee kunnen hoeden en beschermen en de onverschrokken waakhondenrassen.

Bevuilen

Bij ieder dier komt eruit wat erin gaat. De jonge wolf leert al snel om zijn slaapplaats te verlaten als hij zich moet ontlasten. Moeder houdt het hol en de directe omgeving schoon door de ontlasting van de welpen op te eten. Soms leren de welpen dit koprofage gedrag aan door het na te apen. Honden gedragen zich precies zo. Wolven hebben hier geen problemen mee totdat de welpen oud genoeg zijn om zich te verwijderen van het hol. Zolang het niet hun slaapplaats is, gebruiken ze elke andere plek om te bevuilen. Onze pups leren hetzelfde. Vandaar dat een puppy zijn behoefte midden in op de keukenvloer doet. En dan komt er een mens met totaal andere normen en waarden die de hele zaak ingewikkeld begint te maken. In plaats van de pup te begroeten en vervolgens de ontlasting op te ruimen, wat in een wolvenhol zou gebeuren, wordt hij of zij kwaad en vaak gewelddadig. Als de jonge wolf opgroeit, wordt het verlaten van het hol om zich te ontlasten een natuurlijke handeling. Als ze er de kans voor krijgen, doen onze jonge honden hetzelfde. De wrede en barbaarse, op oudewijvenpraat gebaseerde praktijk om pups met hun neus door hun eigen ontlasting te halen, leert de hondjes alleen maar om bang voor ons te zijn en ons te wantrouwen. Wanneer deze hondjes uiteindelijk leren om naar buiten te gaan, geloven mensen toch dat die onzinnige methode werkt. Het feit dat honden buiten ontlasten van nature doen, komt niet in hun hoofd op. Wij willen onze pup liefst binnen een week zindelijk laten zijn. Liefst zonder enige kennis van zaken en zonder ons in te hoeven zetten.

Blaffen

Wolven blaffen niet zoals een gedomesticeerde hond dat doet; ze stoten lucht uit, wat klinkt als een vreemd soort “oeff”. Het is bekend dat wolven die in de nabijheid van gedomesticeerde honden gevangen worden gehouden, kunnen blaffen. Het equivalent van blaffen bij wolven is bedoeld om te waarschuwen voor naderend gevaar; het is een manier om de hulp van de rest van de groep in te roepen. Als de troep erop reageert, besluiten de leiders wat er gedaan moet worden. De rest van de roedel gehoorzaamt. Hoe luidruchtiger een wolf is, hoe lager hij in rang staat. Ranghogere dieren hebben die luidruchtigheid niet nodig. Zij woefen eenmalig en laten de rest van de groep zien, wat dient te gebeuren: Vluchten om risico’s te vermijden, of vechten om pups, zichzelf of het territorium te verdedigen. Vluchten is in de natuur doorgaans de verstandigste oplossing. Ook voor honden geldt; blaffen ze tegen u, dan zijn ze zelden gevaarlijk; houden ze zich koest, dan kunt u maar beter uitkijken.

Doden

Wolven zijn moordenaars! Het zijn zeer efficiënte, volstrekt genadeloze machines gemaakt om te doden; dat moeten ze ook wel zijn om te kunnen overleven. Als troep zijn ze in staat dagen achtereen in een bepaald tempo te lopen, waarbij slechts af en toe gestopt wordt om te rusten. Aan het einde van zo’n vermoeiende tocht zijn wolven vervolgens nog in staat een slachtoffer van vele malen hun eigen lichaamsgewicht op te jagen en te doden. Wolven moeten op groot wild jagen, zodat er genoeg voedsel is voor de hele troep. 1 Op de 10 jachten bij wolven zijn succesvol. Een hongerige volwassen wolf, kan binnen 24 uur wel 22 kilo vlees verorberen. Dit is nodig om voorlopig voldoende voedsel te bezitten. Een volgende succesvolle jacht kan soms vele dagen op zich laten wachten. Het is duidelijk dat ze zeer efficiënt moeten zijn. Weinig energie verspillen, weinig schade oplopen en snel en liefst veel eten. Ook een gezonde hond eet snel en zoveel mogelijk, omdat hij wellicht voorlopig niets meer krijgt. Gulzig en veel vreten en schooien of stelen, betekent niet dat uw hond hongerig is. Hij scharrelt bij elkaar wat hij krijgen kan, met het oog op slechtere tijden. Het gebit van wolven en honden is identiek. Met andere woorden: Die schattige, wollige poedel die op schoot ligt te slapen is een moordenaar met een volmaakte uitrusting. Door een gedomesticeerde hond in een relatief beperkte en comfortabele omgeving te houden waar hij goed gevoed wordt – en in veel gevallen overladen wordt -, worden de instincten om te doden niet geprikkeld. Maar als een hond koud en hongerig wordt, zal hij als dat nodig is wel doden om te eten. Het aantal stukken vee dat boeren ieder jaar verliezen als gevolg van zwervende of losgebroken honden bevestigt dit erfelijke instinct.

Eten

Het is misschien een beetje raar om te vermelden dat wolven eten. Waar het om gaat is dat wolven behalve roofdieren ook aaseters zijn. Het bezit van voedsel is negen tiende van de wet van overleven. Als er een tekort aan is, is het bezit van voedsel tien tiende van deze wet en zullen wolven hun buit kost wat kost verdedigen. Dode vogels, muizen, aangespoelde vis, alles wordt eigendom van de wolf die de buit vindt. Wij zijn er vaak trots op dat we de voerbak bij onze hond weg kunnen pakken terwijl hij aan het eten is, maar dat kan alleen omdat we onze gedomesticeerde hond goed voeden en op een bepaald verzadigingsniveau houden. Als we hem een paar dagen laten hongeren en dan zijn voer proberen weg te halen, merken we meteen hoe snel sluimerende instincten gewekt kunnen worden. Laat maar eens een stuk vlees onbewaakt binnen het bereik van uw hond liggen, dan grijpt hij direct zijn kans, wanneer hij niet al te “volgevreten” is.

Geurvlaggen

Het reukzintuig van de wolf is verbazingwekkend. Het dier leeft in een wereld die gevuld is met informatie uit de lucht. Deze informatie is vele malen verder ontwikkeld dan wat wij verbaal door diezelfde lucht overbrengen. Even snuffelen aan een geurtje dat een ander dier op de grond heeft achtergelaten en de wolf weet wat voor soort dier dat is, hoe het met zijn gezondheid staat, hoelang geleden het dier dit spoor heeft achtergelaten en welke kant het beest is opgegaan. Deze vaardigheid stelt wolven in staat geuren te gebruiken om onderling en met naburige wolventroepen informatie uit te wisselen. De berichten worden doorgegeven via chemische samenstellingen die feromonen worden genoemd. Feromonen worden uitwendig afgescheiden, hormonen inwendig. Een loopse teef scheidt feromonen af met haar urine, waardoor reuen seksueel opgewonden raken. Zowel reuen als teven ( maar voornamelijk reuen ) laten signalen met feromonen achter om het territorium af te bakenen, vooral door middel van urine en faeces, maar vermoedelijk ook door afscheiding via de voetkussentjes. Vandaar dat het over de grond krabben na het plassen en ontlasten, gezien wordt als het zichtbaar en onzichtbaar aanbrengen van de postcode op eigendommen. Onzichtbaar door de geurklieren onder de poten. Zichtbaar door het krabspoor op de aarde. Feromonen zijn bedoeld om het gedrag van andere dieren van dezelfde soort te beïnvloeden: soms als waarschuwing om afstand te houden, soms als uitnodiging om juist in de buurt te blijven. Het plaatsen van geurvlaggen door wolven is een gecompliceerde en ook door andere diersoorten erkende vorm van communicatie. Feromonen worden door verschillende levensvormen gebruikt (zelfs bij insecten) maar geen enkele soort gebruikt deze chemische taal zo efficiënt en om zo’n breed scala aan verschillende betekenissen over te brengen als de wolf. Er wordt over het algemeen goed geadverteerd om chemische signalen uit te zenden. Dit is één van de redenen waarom honden hun poot optillen. Het doel hiervan is hun geur zo hoog mogelijk af te zetten, zodat de wind die naar alle richtingen kan verspreiden. Sommige zeer mannelijke teven gebruiken deze techniek ook, in plaats van bij het plassen door de knieën te gaan. Teven die zulk gedrag vertonen, staan in het algemeen zeer hoog in de rangorde, net zoals de volwassen reuen die hun poot optillen. Daarom lijkt het erop dat het recht om berichten vol intenties achter te laten, grotendeels afhankelijk is van de rang. De moderne hond is geen spat anders. Door selectief te fokken hebben we tegenwoordig honden die nog maar een fractie van de grootte zijn van het oorspronkelijke model. Het is niet ongebruikelijk dat teven van één van de kleinere rassen, vooral van de dominante terriërs, hun achterpoot optillen en urine met korte stootjes tegen een verticaal voorwerp spuiten. Dit heeft niets te maken met nodig moeten, maar alles met de behoefte om te communiceren. Het is te vergelijken met de verbale, geschreven, telefonische, gefaxte of gemailde waarschuwing van de mens. Het kan ook om een uitnodiging gaan, maar omdat wij niet over zo’n ongelooflijke reukzin beschikken, blijft het gissen naar de boodschap.

Gillen

Gillen is evenals janken een uitdrukking van ongenoegen. Gillen blijft beperkt tot pijnlijke ervaringen of een onverwachte situatie. Gillen wordt zowel door de wolf als de hond gedaan. Beiden kunnen enorm gillen, wanneer zij door een ranghoger dier terecht gewezen worden. Zij gillen en janken daarna, alsof zij enorm bezeerd zijn. Doorgaans gaat het meer om “zielszeer”, dan om fysieke pijn. Een wolf of een hond die terecht gewezen wordt, wordt doorgaans niet of nauwelijks geraakt. Je zou gegil vaak kunnen plaatsen in het scala gedragingen welke wolven en honden inzetten, om agressie te stoppen: Onderwerpingsgedrag. Wanneer een hond aan schrikdraad ruikt, komt het gegil wel degelijk ook voort uit pijn.

Graven

Wolven graven! Ze graven holen waarin ze hun jongen grootbrengen; als het heet is graven ze kuilen om in af te koelen; als het erg koud is graven ze holen ter bescherming; ze graven holen om het voedsel te begraven dat niet meteen opgegeten wordt; ze graven holen om datzelfde voedsel weer op te graven; ze graven naar wortels voor extra vezels; ze graven holen om de bewegingen van kleine dieren net onder de oppervlakte te onderzoeken. Net als bij het jagen, het hoeden en het instinct om aan te vallen, zijn sommige wolven betere gravers dan andere. Van deze dieren stammen de terriërs af: honden met hoogontwikkelde overlevingsinstincten die zich zullen verdedigen tot de dood erop volgt.

Grommen

Net als blaffen en bijten zijn grommen en snauwen natuurlijke gedragsuitingen. Terwijl blaffen een oproep is voor steun, is grommen een directe waarschuwing dat een totale aanval onvermijdelijk is als de indringer niet weggaat. Het feit op zich dat een waarschuwing wordt gegeven, wijst erop dat een wolf een fysieke confrontatie liever uit de weg gaat. Een wolvenroedel is een extreem sociale groep waarbij het tussen de leden (in tegenstelling tot wat velen geloven) zelden tot echt geweld komt. Grommen is daarom een duidelijk hoorbare waarschuwing, maar belangrijker is de mimiek tijdens het grommen. Deze mimiek kan verschillend zijn en is bedoeld om de emotionele staat van het grommende dier weer te geven.

Als de oren plat naar achteren liggen en de lippen weg zijn getrokken om zo een horizontale, onderdanige grijns te laten zien, dan is de boodschap: Ik ben bang en ik zal me verdedigen als het moet. Als de oren rechtop naar voren staan, de nekharen overeind staan en de mondhoeken naar voren zijn gericht terwijl de lippen verticaal opgetrokken worden, dan is de boodschap: Het is mijn bedoeling aan te vallen als jij je niet terugtrekt. Overigens ook bij angstige en ambivalente dreiging is vaak borstelen (= nek en rugharen omhoog zetten) zichtbaar. Borstelen wordt veroorzaakt door een adrenalinestoot door het lijf van de wolf. Het borstelen laat zien dat het “menens” is. Wolven en honden onderling begrijpen deze agressieve communicatie uitstekend. Als onze huishond zo tegen ons doet, stellen we ons op het standpunt dat “geen enkele hond naar ons heeft te grommen” en krijgt de hond ervan langs. Het gevolg is dat de hond kan bijten en er dan van wordt beschuldigd een agressief dier te zijn, terwijl wij ons in feite agressief of ten minste onverstandig gedragen.

Huilen

Het gehuil van de wolf is waarschijnlijk het meest bekende gedragspatroon. De meeste mensen kunnen zich het beeld voor de geest halen van de eenzame wolf die op een heuveltop kennelijk naar de maan zit te huilen. Niet algemeen bekend is dat de hele troep huilt voordat wolven op jacht gaan. In beide gevallen is het huilen voor de andere dieren een teken om bij elkaar te komen, een roep om gezelschap. Sommige honden die alleen worden gelaten, huilen. Zulke honden zijn over het algemeen overmatig aan hun menselijke roedelleden gehecht. Daarom kunnen ze het feit dat ze achtergelaten worden als de rest van de troep gaat jagen (zoals zij dat zien) niet verdragen. Het huilen van zowel wolven als honden is een angstaanjagend en hartverscheurend geluid. Het is waarschijnlijk bij beide soorten het meest expressieve gedrag dat emoties overbrengt.

Instinct

Voor de wolf telt alleen overleven. Buiten de vechtspelletjes, trekspelletjes en jachtspelletjes met de rest van het nest (die voornamelijk gedaan worden om de vaardigheden voor de jacht te ontwikkelen) krijgen wolven geen opleiding. Hun gedrag is aangeboren en volledig instinctief. Ik heb laatst een film gezien waarin een troep bestaande uit vijftien wolven een besneeuwd terrein overstak. Een paar kleine rangordeschermutselingen achteraan daargelaten, liepen zij in één spoor op volgorde van rang. Ik herinner me dat ik toen dacht: Dat is de wolvenversie van het volgen aan de voet. Geen wolf was naar een wolventrainingsclub geweest of droeg een slipketting. Als het instinct van de wolf ook in onze gedomesticeerde honden sluimert, waarom hebben we dan zoveel moeite om ze af te leren aan de riem te trekken? Als de hond ons ziet als ranghogere, moet hij ons instinctief toestaan voorop te lopen. Als hij ons niet als ranghogere ziet, dan vertelt zijn instinct hem dat hij de leiding moet nemen. In dit licht bezien, verspillen we wellicht onze tijd met alle lessen om honden te leren niet te trekken. Door het instinct dat ze van hun voorvader de wolf hebben geërfd, weten ze heel goed waar ze moeten lopen.

Spel (jacht, bewaken en rangorde en roedelorde)

Jagen is een natuurlijk onderdeel van het totale jachtritueel. Het leerproces hiervoor begint al snel na de geboorte. De welpen spelen jachtspelletjes met elkaar waarbij de buit uit takken en twijgjes bestaat. Goede jagers krijgen straks de taak de prooi in een bepaalde richting te drijven, terwijl de welp die zijn nestgenoot met stok en al rustig in een hinderlaag opwacht, waarschijnlijk straks een aanvaller wordt. Bij het observeren van spelende welpen of van een nest spelende puppy’s, is goed te zien dat alle vaardigheden geoefend worden die later nodig zijn om te kunnen overleven. Spelletjes die jonge wolven of honden spelen zijn geen vorm van vrijetijdsbeoefening, maar een onderdeel van het leerproces. Een belangrijk criterium daarbij is: Als iets zich snel beweegt, ga er dan achteraan. “Wat weg rent vreet jij op; wat op jou toe rent vreet jou op!”

Janken

Janken is een uiting van ongenoegen. Een welp jankt als hij het koud heeft, hongerig is, van zijn broertjes en zusjes verwijderd is geraakt, of zijn moeder niet kan vinden. Het is één van de eerste vocale uitingen die zich ontwikkelt en, net als bij menselijke ouders, is de wolvin uiterst gevoelig voor het gejank van haar welpen; ze zal er meteen op reageren. Als de welpen opgroeien, worden ze veel onafhankelijker en alhoewel janken een teken van ongenoegen blijft, verwachten jonge wolven niet dat ze even snel aandacht krijgen als toen ze nog welpjes waren. Honden krijgen zelden de kans om zich tot hetzelfde niveau van onafhankelijkheid te ontwikkelen. Tot op zekere hoogte blijven zij hun hele leven van ons afhankelijk. Daardoor kan het janken om aandacht te trekken probleemgedrag worden, vooral ook omdat we er steeds op blijven reageren.

Likken

Likken is gedrag dat wolven om verschillende redenen vertonen. De moeder zal haar welpen likken om ze schoon te maken en plasjes en ontlasting te bevorderen, zodat ze die door kan slikken om de slaapplaats schoon te houden totdat de welpen sterk genoeg zijn om die te verlaten. Het likken van de lippen blijft gedurende het hele leven van de wolf een onderdanig gebaar, evenals het likken van de genitaliën van een andere wolf. Voor het likken als onderdeel van een wederzijdse verzorgingssessie neemt over het algemeen de ranghogere het initiatief. Daarom wordt verzorgen gezien als een dominant maar zeer sociaal gebaar. Dit gedrag wordt meer bij teven waargenomen, maar is niet uitsluitend een vrouwentaak. Bij reuen is het wederzijds verzorgen vaak een aanloop tot dominant rijgedrag. Het is zelden zo dat honden ons likken omdat ze het zout van onze huid willen hebben. Het is veel vaker gedrag dat bedoeld is om aandacht te trekken. Waarschijnlijk ligt de oorsprong hiervan in het onderdanige likgedrag van puppy’s, waar wij op reageren omdat we ons gevleid voelen door de zogenaamde genegenheid die eruit blijkt. De pup wordt beloond door de feedback die hij van ons krijgt en als hij verder opgroeit, gaat het likken over in dominant gedrag. Maar heel weinigen van ons zullen een hond op zijn kop geven voor iets wat wij interpreteren als een uiting van genegenheid. Met andere woorden: Wij reageren op het verzoek ofwel het initiatief van de hond om hem te verzorgen.

Natuurlijk gedrag

Een hond kan veel gedragspatronen van een wolf vertonen, maar de gedragingen van de hond worden getemperd door generaties van domesticatie en selectief fokken. Alhoewel een hond zich vaak kan gedragen als een tamme wolf, zal een wolf zich nooit gedragen als een tamme hond. In een aantal Europese landen is een toenemende tendens waarneembaar om een wolf of een wolfhond als huisdier te nemen, een praktijk die ik volkomen onverantwoord vind. Mijn grote angst is dat het bezitten van wolven gaat lopen, net zoals dat in de Verenigde Staten is gebeurd. Zelfs een dier dat helemaal eigenhandig is grootgebracht heeft het wilde karakter van een wolf. Zo hebben wolven de neiging extreem bang te zijn als ze geconfronteerd worden met vreemde voorwerpen of mensen en hun “vechten of vluchten” instinct is vaak overactief. Als u zonder erg de vluchtweg van zo ’n groot en snel dier blokkeert, kan een angstbeet het gevolg zijn. Hoewel de gebitskarakteristieken van honden en wolven identiek zijn, is de wolf een veel sterker dier met veel grotere tanden. Een koffer die midden in de keuken wordt gezet, zal voor een juist gefokte en goed gesocialiseerde hond, een uitnodiging zijn om het voorwerp nader te onderzoeken; een wolf kan erdoor in blinde paniek raken. Binnen een nest kruisingen met wolven erven sommige dieren waarschijnlijk het kalmere en minder reactieve karakter van de hond, terwijl anderen de wilde en onvoorspelbare persoonlijkheid van de wolf meekrijgen. De eigenaar die zo ’n kruising krijgt, zal als het dier viereneenhalf tot vijf maanden oud is gedragsveranderingen met duidelijk wilde trekjes te zien krijgen; hij of zij kan tijdens de paartijd gevaarlijk worden. Uiterlijk na anderhalf jaar worden de problemen met wolven in huis onbeheersbaar. Zelfs een kruising met een redelijk stabiele persoonlijkheid zal het activiteitenniveau, de onderzoekende natuur en de natuurlijke lompheid van wolven hebben; hem een dag in huis houden is vergelijkbaar met een week lang tien (driejarige) kinderen over de vloer hebben. Als hij buiten blijft, in een grote omheinde ruimte met andere wolven of honden waarmee hij is opgegroeid, kan er een relatie met wederzijdse genegenheid ontstaan, mits hij altijd wordt behandeld met respect voor wat hij is: Een enigszins tam roofdier. Een hond is een huisdier dat gedrag vertoont, welk verwant is aan dat van de wolf. Een wolf blijft altijd een wild dier.

Omnivoor

Al is het hoofdvoedsel van een wolf vlees, hij is niet alleen maar een carnivoor; hij is in staat een bepaalde hoeveelheid plantaardige eiwitten te verteren. Wolven doden meestal herbivoren en het hele dier wordt opgegeten, inclusief de verteerde inhoud van de darmen en de onverteerde inhoud van de maag. Het dieet van de wolven hangt natuurlijk af van wat er te eten is en soms moeten zij hun kostje bijeenscharrelen als aaseters. Gedurende deze perioden eten ze fruit, groente en rottend vlees; alles wat ze in feite maar te pakken kunnen krijgen. Ze kiezen daar niet voor, het is uitsluitend een kwestie van overleven. Het spijsverteringsstelsel van wolven is zo ontwikkeld dat ze in staat zijn uit verschillende bronnen voedingsstoffen te halen. Als er genoeg voedsel is, zijn het overwegend vleeseters en op dit dieet gedijen ze het best. Honden hebben hetzelfde spijsverteringsstelsel en hoewel het heel “groen” is om vegetariër te zijn, vind ik het niet eerlijk dit normbesef op honden toe te passen. Men kan honden vegetarisch voedsel geven; ze zullen er ongetwijfeld op overleven, want moeder natuur heeft hun gestel zó ontworpen dat ze moeilijke tijden aankunnen. Naar mijn mening hebben honden om te gedijen een uitgebalanceerd dieet nodig met een goede kwaliteit eiwit die afkomstig is uit vlees. Of wij vlees eten of niet, is onze keuze. Als honden dezelfde keuze zouden hebben, kiezen ze voor het eten van vlees.

Braken

Wolven zijn dieren die braken. We hebben al eerder besproken dat welpen de lippen van de terugkerende wolvin likken om haar voedsel te laten opbraken. Ook is aan de orde geweest dat wolven in staat zijn op een gevarieerd dieet te leven dat soms uit rottend vlees bestaat. Alles wat het spijsverteringsstelsel van de wolf kan verstoren, inclusief parasieten, kan verholpen worden door het eten van bepaalde grassoorten. Dit hebben ze vóór op dieren die niet in staat zijn iets op te braken en die daardoor onder de gevolgen moeten lijden als ze iets verkeerds hebben gegeten. In feite is het kunnen opbraken van voedsel een overlevingsmechanisme dat moeder natuur zowel voor de wolf als voor de hond heel handig heeft ontworpen. Want honden kunnen braken door gras te eten, wat ze dan ook regelmatig doen. Mits het niet dagelijks voorkomt of zo vaak gebeurt dat de hond het zelf lijkt op te wekken, is braken volkomen normaal gedrag.

Opspringen

Een volwassen wolventeef die terugkeert na de jacht wordt door de welpen bestormd. Ze springen tegen haar op om haar lippen te likken. Dit doen ze om haar een deel van het gedeeltelijk verteerde voedsel dat ze heeft gegeten te laten opbraken: Een soort babyvoedsel voor wolven. Op deze wijze leren de wolven hun welpen om volwassen voedsel te eten. Het likken van de lippen is tevens een teken van onderdanigheid; het kan ook waargenomen worden kort nadat moeder de welpen heeft gecorrigeerd. Aanvankelijk zal ze hun pogingen negeren door haar kop weg te draaien, maar tenzij de welpen meegedeeld wordt hiermee te stoppen, gaan ze door met springen om te proberen haar bek te bereiken. Onze pups vertonen precies hetzelfde gedrag, maar omdat wij rechtopstaande wezens zijn kunnen ze onze mond niet bereiken, tenzij wij vooroverbuigen en dat toestaan. De volgende keer dat uw puppy zijn naaldscherpe tandjes in uw hand zet, moet u eens een harde gil van pijn geven en vervolgens uw hoofd wegdraaien. U zult zien dat de pup als teken van vrede probeert uw lippen te likken. Dit gillen doen de pups onderling. Grommen, corrigeren over de snuit en in de nek en vervolgens weglopen, doen ouders en andere volwassen roedelgenoten, vanaf een leeftijd van ongeveer 12 tot 16 weken. Daarvoor lopen opvoeders weg voor al te onstuimig gebijt (negeren en geen succes gunnen). Als de wolf ouder wordt, blijkt dat de spelletjes die hij speelt ook de bedoeling hebben de onderlinge verhoudingen qua dominantie en onderdanigheid vast te stellen. Hoogte is rangbevestigend, daarom wordt geprobeerd de voorpoten op de schouders of schoften van de sparringpartner te zetten. Zoals u ziet ontwikkelt het oorspronkelijke bedelen om voedsel c.q. het onderdanige gedrag, zich op den duur tot een dominant gebaar. Ook al weten we het hoe en waarom, we blijven gevleid door de pogingen van onze puppy’s om tegen ons op te springen, omdat we het als een uiting van genegenheid beschouwen. Als onze hond volwassen begint te worden, geloven we nog steeds dat hij tegen ons opspringt om ons te begroeten. Als het uit de hand gaat lopen, of als wij keurig gekleed zijn om ergens heen te gaan en de hond onder de modder zit, gebruiken we vaak agressieve methoden om dit gedrag te beteugelen. Tegen die tijd heeft de overgang van een onderdanig naar een dominant gebaar echter al plaatsgevonden. Als de hond probeert u te domineren en u wordt agressief, gaat u in op zijn uitdaging en zijn de gevolgen niet altijd even leuk.

Rijden

Seksueel gericht rijgedrag moet voor iedere diersoort wel de meest dominante positie zijn. Wat wolven betreft is dit een rechtstreekse uiting van rang. Afhankelijk van de weersomstandigheden en de beschikbaarheid van voedsel, schrijft moeder natuur precies voor hoeveel teven nakomelingen kunnen produceren. Deze teven worden net als hun vrijers geselecteerd uit de hoogste rangen. Hieruit blijkt dat het recht om te paren op zichzelf al een duidelijke indicatie is van rang. Bij wolven plant alleen de ranghoogste teef zich voort na een dekking door de ranghoogste reu.

Rijden is te vergelijken met het opspringen, omdat het ook inhoudt, dat de voorpoten boven op een ander dier worden geplaatst. Daarom is het vaak te zien tijdens spiegelgevechten, of die nu tussen mannetjes of vrouwtjes plaatsvinden. Het rijden wordt om twee redenen gedaan; ten eerste om zich voort te planten, wat helemaal afhangt van de sociale status; ten tweede om te domineren door de hoogste positie te bereiken zonder seksuele bedoelingen.

Het is niet ongebruikelijk voor zowel teven als reuen om tijdens het begin van de puberteit rijgedrag te vertonen. Niet alleen krijgt hun lichaam een enorme stoot hormonen te verwerken, maar de jonge hond gaat ook psychisch door een periode waarin hij zich onder de ouderen moet rangschikken; hij probeert zijn positie binnen de gemengde honden – en mensenroedel te vinden. Natuurlijk groeit hij hier overheen zodra de hormonen tot rust zijn gekomen, maar alleen als u uw positie als alfa zeker hebt gesteld. Als dat gebeurd is en het rijgedrag blijft, kan het probleem over het algemeen door castratie of sterilisatie worden verholpen. Als u bedenkt dat in een wolvenroedel alleen de wolvinnen die het hoogst in rang zijn loops worden en dat slechts eenmaal per jaar, terwijl de meeste gedomesticeerde teven twee keer – en steeds vaker drie keer – per jaar loops worden, dan is duidelijk dat onze hoogstaande kennis van hondenvoeding waarschijnlijk een sterilisatie en castratieprogramma noodzakelijk maakt. Wat moeder natuur op natuurlijke wijze doet en wat door het instinct beheerst wordt, zullen wij operatief moeten doen. Bij ernstige rangordeproblemen, die het gevolg zijn van onkundig gedrag van eigenaren, helpt castratie nauwelijks. Sterilisatie van “dominante” teven, wil ik nadrukkelijk afraden. Agressie wordt chemisch vooral veroorzaakt door testosteron, het mannelijke geslachtshormoon. Sterilisatie van teven maakt deze dieren mannelijker, omdat testosteron meer gewicht krijgt in de hormoonhuishouding. Sterilisatie van teven met weinig kundige eigenaren vergroot de problemen. Castraties geven in 60% van de gevallen resultaat op het gebied van gedragsverandering. Bij die 60% zien wij een glijdende schaal van enige verbetering, naar volledige verbetering. Dierenartsen castreren en steriliseren graag. Zij worden meestal niet gehinderd door voldoende kennis op het gebied van hondengedrag. Voorts levert castratie en sterilisatie geld op.

Roedeldier

Eeuwenlang zijn wolven vervolgd, opgejaagd en gedood totdat ze bijna uitgeroeid waren, omdat ze afgrijselijke mensenmoordenaars zouden zijn. In werkelijkheid is de wolf zelden agressief tegen mensen; zijn gedrag jegens ons laat zich het beste omschrijven als nieuwsgierig en angstig. Wolven vallen slechts mensen aan, wanneer zij lijden aan hondsdolheid.

De wolf is het landzoogdier dat zich op een bepaald moment het verste over de wereld verspreid had. Maar door de mythen en legenden die hem omringen, zagen mensen hem als een dier waar ze bang voor moesten zijn. In de Middeleeuwen geloofde men dat de wolf verbonden was met de duivel. Er is altijd sprake geweest van weerwolven, half mens, half wolf, maar ik heb nog nooit een verhaal gehoord over een goede wolf. Kinderen werden met angst voor wolven opgevoed door verhalen als Roodkapje die door een bijzonder intelligent en bijzonder wreed wezen werd opgewacht. Bij Eskimo’s en indianen bestaan wel positieve verhalen over wolven. Deze mensen hebben nooit concurrentieproblemen gehad met wolven. Misschien heeft de mens goede redenen om de wolf te vrezen. Niet omdat hij slecht is, maar omdat de sociale structuur binnen zijn groep overeenkomt met die van ons. Bij de wolf werkt het echter veel beter omdat hij geen vernietigende menselijke emoties als hebzucht, afgunst en wraak kent. Wij lijken als mens het ultieme dier te zijn; wij vernietigen liever dan dat wij leren. De houding ten aanzien van wolven is gelukkig de laatste tientallen jaren aan het veranderen; tegenwoordig wordt de wolf meer bestudeerd dan bejaagd. Als gevolg hiervan zijn de aantallen weer aan het toenemen. Een aantal mensen, die ik onder de zelfde categorie schaar, als diegenen die honden vegetarisch willen voeden, slaan door in hun streven natuur terug te laten keren. Wolven en lynxen herinvoeren op de Veluwe vind ik een onzinnig plan. Wij hebben geen natuur meer en de vrije ruimte waarover wij beschikken is te gering voor deze roofdieren, om niet met ons gecultiveerde mensen in aanvaring te komen. Onderzoeken tonen nauwgezet aan hoe sociaal wolven als groep zijn. Een fotograaf die een hele zomer besteedde aan het bestuderen van wolven in het hoge noorden, gaf als commentaar: “Ik heb nog nooit dieren gezien die zoveel karaktertrekken hebben die je kunt voelen; het is geen wonder dat de mens vroeger juist de wolf als zijn partner koos”. In het algemeen leven wolven in overzichtelijke groepen van minder dan tien dieren ( alhoewel er in Alaska ooit een troep van 36 wolven is gesignaleerd ). Ze hebben een hiërarchische opbouw die in een goed gestructureerde roedel bestaat uit een hogere, een midden en een lagere klasse. De hogere klasse bevat de alfareu en teef en hun adjudanten de bethareu en teef, de middenklasse bestaat over het algemeen uit volwassen dieren die geen jongen voortbrengen; de lagere klasse bestaat uit buitenbeentjes en jongeren die nog geen twee jaar zijn. Deze rangordestructuur wordt niet door middel van agressievertoon in stand gehouden, maar door het tonen van respect voor de ranghogere dieren. Heel vaak zijn groepsuitingen van onderdanigheid ten aanzien van de alfareu te zien, die bedoeld zijn om zowel zijn status als het saamhorigheidsgevoel binnen de groep als eenheid te bevestigen. De sfeer is over het algemeen vriendelijk en ze vertonen wederzijdse loyaliteit. Respect en onderdanigheid ten opzichte van ranghogere dieren wordt de pups overigens op jonge leeftijd aangeleerd door de opvoeders, door geregelde disciplinering en vertoon van superioriteit, overwicht en macht. We weten dat ingeval een wolvin welpen heeft, een of meerdere wolvinnen melk zullen produceren als de biologische moeder iets overkomt. Hieruit kunnen we opmaken dat een wolvenroedel een zichzelf helpende, samenwerkende, in principe stabiele, sociale samenleving is. Het is de instinctieve betrokkenheid bij de groep waarin ze leven die de honden, hun verre neven, ook hebben.

Rangorde

Honden zien uw gezin, als de troep of roedel honden, waartoe hij behoort. Uw hond gaat er vanuit, dat in uw gezin een hiërarchie bestaat, zoals in een wolvenroedel. Uw hond wil zich graag inpassen op een lage positie in uw gezinsroedel. Wanneer hij echter ervaart, dat u zich niet gedraagt passend bij uw positie, voelt hij zich genoodzaakt de taken die horen bij ranghogere posities, over te nemen. Dit doet hij in het belang van de overleving van uw gezinsroedel. Honden kennen geen democratie. In een hondenroedel (en een wolvenroedel) heb je leiders, adjudanten, volgers en clowntjes of pispaaltjes. Er bestaat geen gelijkberechtiging, of overleg op basis van gelijkwaardigheid. Wanneer uw hond uw leiding overneemt, heeft u een rangordeprobleem. Rangordeproblemen zijn de problemen die ik veruit het meest tegenkom. Zij zijn overigens meestal eenvoudig op te lossen, wanneer je over voldoende kennis en enige kundigheid beschikt.

Roedelorde

Iedere groep wolven en iedere groep honden, heeft net weer iets andere omgangsvormen en sociale structuren. Dit heeft te maken met erfelijke factoren van de stamouders en aanpassingsvermogen aan de omgevingsomstandigheden. Iedere groep heeft als het ware zijn eigen huisregels, waar nieuwe groepsleden zich in aan hebben te passen. Het vermogen zich aan te passen maakt dat het mogelijk is, dat honden geen last hebben van verschillen in huisregels in het ene of het andere gezin. Honden kunnen zich aanpassen, mits duidelijk is wie leiding geeft en mits een eigenaar in staat is de hond duidelijk te maken wat hij van het dier verwacht ( huisregels aanleren ). Het is niet van belang of een hond in een mand slaapt, in een bench, op de bank, of in bed. Het is niet van belang of een hond veel of weinig geknuffeld wordt. Van belang is wie leiding geeft en de initiatieven in handen heeft en wie volgt. Wanneer de mensen in een gezin de lijnen uitzetten en de grenzen aangeven, van wat in het betreffende gezin wel en niet gewenst is, volgt de hond en is de roedelorde duidelijk. Je hebt in zo ’n geval ook geen training bij een hondenschool nodig, om uw hond allerlei kunstjes aan te leren. Ik heb overigens niets tegen kunstjes. Zij zijn echter niet nodig, om aan uw hond een leuke, vrolijke en gehoorzame makker te hebben.

Strijd

Natuurlijk is er binnen de wolvenroedel af en toe onderlinge strijd. Omdat de sociale structuur echter zo duidelijk afgebakend is, komen zulke twisten weinig voor. Zodra de strijd gestreden is, gaat het leven weer verder zonder dat er over en weer wrok wordt gekoesterd.

De dominante reu is zelden agressief tegen leden van de troep. In feite is juist het omgekeerde het geval. Over het algemeen is de alfareu verrassend tolerant en vriendelijk tegen zijn onderdanen, omdat zijn positie duidelijk is vastgesteld. Zijne hoogheid bekijkt alle andere wolven met een houding van: “Ik neem hier de beslissingen en die staan niet open voor discussie”! Meningsverschillen vinden lager in de pikorde plaats met als voornaamste schuldigen de nummers twee en drie in de dominantiestrijd om de positie van opvolger van de roedelleider. Deze schermutselingen zijn meestal zeer snel voorbij en alhoewel ze door de woestheid ervan angstaanjagend overkomen, raken de betrokken partijen zelden ernstig gewond. Een leek die een groep wolven van dichtbij kan bekijken, wijst de bethadieren aan, als roedelleiders. Het zijn de gemaakte leiders in een roedel. De agressieve regelneefjes. Echte leiders zijn rustige en zelfverzekerde dieren, die een slome en ongeïnteresseerde indruk maken. Zij bemoeien zich nergens mee en liggen en slapen veel. Totdat hun belangen geschaad worden, dan veranderen deze sloompies in “pitbulls”. Als roofdier en onderdeel van een jagende eenheid weten wolven instinctief dat ze als ze gewond raken, niet kunnen deelnemen aan de jacht. Als de ene wolf de andere verwondt, vermindert de efficiëntie van de groep als jachteenheid. Dus worden de geschillen opgelost door een uiterlijk vertoon van agressie, en niet door daadwerkelijke aanvallen waarbij de tegenstander verwond en onbruikbaar gemaakt wordt. Honden gedragen zich net als wolven, wanneer we ze hun gang laten gaan. Helaas doen we dat vrijwel nooit: wij grijpen meteen in waardoor er verwondingen ontstaan, meestal bij ons. Competentiestrijd is de vorm van onenigheid, die wij tussen huishonden doorgaans het meest tegenkomen. Bij een verschil van mening wordt geïmponeerd, gedreigd en eventueel – indien echt niet anders mogelijk is – geknokt. Zo ’n gevecht bestaat uit veel lawaai en weinig wol. Wild wordt naar elkaar gehapt. Dit gaat gepaard met gegrom en gegil en duurt enige ogenblikken, mits wij te maken hebben met juist gesocialiseerde en welopgevoede honden, van eigenaren met voldoende hondendeskundigheid. Wanneer schade ontstaat, gaat het om geringe schade, die je zou kunnen definiëren als een ongelukje. Bij competentiestrijd kan het gaan om een botje, een balletje, om respect, om wie van de twee honden het meest aanspraak kan doen op een uitlaatgebied, of om een “vriendje of vriendinnetje” hond. Rangordestrijd vindt altijd plaats binnen het eigen gezin. Tussen een reu en een teef, lijkt rangordestrijd op competentiestrijd. Er kunnen schermutselingen plaatsvinden. Dit gaat eigenlijk altijd volgens bovengenoemd principe: “Veel lawaai en weinig wol”. Tussen een reu en een teef is eigenlijk altijd de teef de baas. Een reu mag stoer doen. Teven bepalen hoe de zaken gaan lopen. Tussen teven en reuen onderling, kan rangordestrijd leiden tot serieuze gevechten, waarbij de bijtrem die ertoe dient elkaar niet te beschadigen, niet meer werkt. Bij een serieus rangordegevecht start de knokpartij zonder aanwijsbare aanleiding. De opponenten beschadigen elkaar en het gevecht eindigt pas dan wanneer een van de twee honden echt verloren heeft. Een rangordegevecht kan de dood betekenen van een van uw honden. U zult met beide honden naar de dierenarts moeten, om de schades te laten herstellen. En u zult zich moeten beraden in hoeverre het verstandig is, beide honden in uw gezin te handhaven.

Territoriaal

Wolven zijn zeer sterk op hun territorium gerichte wezens. Iedere troep bakent zijn jachtgronden af door bij opvallende elementen in het landschap te urineren en ontlasting te deponeren. In deze territoriumafbakeningen wordt de boodschap overgebracht door feromonen. Wolven respecteren elkaars territoria. Als ze van het ene jachtgebied naar het andere gaan, maken ze liever een kilometers lange omweg dan over de jachtgronden van een andere troep te trekken. Wetenschappers die wolvengedrag hebben bestudeerd vanuit de lucht, hebben waargenomen dat als een troep een prooi over de grens van een andere troep jaagt, de eerste troep de jacht opgeeft. Na alle inspanningen laten ze de buit over aan de troep die in het territorium thuishoort. Een troep moet wel extreem hongerig zijn om deze wolvenwetten te overtreden. Honden zijn eveneens territoriale wezens, maar omdat de samenleving vereist dat zij ook tolerant zijn, hebben de hondenwetten zich wat dat betreft in een iets andere richting ontwikkeld. De “verboden toegang” zone bestaat over het algemeen uit ons huis en onze tuin. Wee de vreemde hond die zich daar waagt. De kleinste thuisspeler zal met succes de grootste indringer verjagen, omdat de indringer weet dat hij daar niet hoort te zijn. Zelfs een hond die door een mens begeleidt wordt op het territorium van een andere hond, kan zich in een zeer lastig parket bevinden. Er zal niet altijd een gevecht ontstaan, maar tussen die twee vindt beslist met lichaamstaal een uitgebreide communicatie plaats. Het belangrijkste verschil tussen wolven en honden is dat de laatsten ook gemeenschappelijke territoria hebben: De parken en uitlaatplaatsen waar honden iedere dag uitgelaten worden. Eén van de redenen waarom dit kan, is dat iedere hond een overtreding denkt te begaan in een territorium dat het zijne niet is. Bovendien vinden honden dat ze geen recht hebben dit territorium te verdedigen, daarom gedragen ze zich er meestal wat toleranter. Hun lichaamshouding brengt de boodschap over: “Ik ben hier niet uit vrije wil en ik ben niet van plan jou het recht om hier te zijn te betwisten”. Omdat alle honden dezelfde boodschap uitzenden, zullen ze het elkaar over het algemeen niet moeilijk maken. Er kunnen echter wel problemen ontstaan door een hond die niet regelmatig contact heeft met andere honden, vooral als hij nog jong is. Het gebrek aan socialisatie op jonge leeftijd in het gemeenschappelijke territorium betekent dat de hond nooit leert dat er zulke gebieden bestaan. Zijn wolveninstinct neemt het dan over en als het de hond wordt toegestaan grenzen af te bakenen, zal hij deze verdedigen. Twee honden uit verschillende gezinnen die regelmatig in hetzelfde territorium worden uitgelaten en daar dezelfde grenzen hebben afgebakend, terwijl zij onvoldoende zijn gesocialiseerd, zullen bij een ontmoeting een gevecht aangaan over wie het recht heeft om daar te zijn.

Honden met een grote tuin waarvan de eigenaren denken dat de hond wel genoeg beweging krijgt zonder het territorium te verlaten, worden zeer agressief tegen andere honden als die het wagen zelfs maar in de buurt van hun grenzen te komen. Soms worden ze dat ook tegen mensen. Veelvoorkomende problemen bij zulke honden zijn eindeloos langs het hek rennen en onophoudelijk blaffen, om over agressie nog maar te zwijgen.

Ontlasten en urineren

Natuurlijk plassen wolven net als alle andere dieren om overtollig vocht te lozen, maar ze urineren ook om een territorium af te zetten, zoals we al hebben vastgesteld en ze plassen als teken van onderdanigheid. Dit laatste gedrag gaan we nu bekijken. Urineren als uiting van onderdanigheid is een reflex die in een vroeg stadium is aangeleerd, namelijk als de volwassen teef haar welpen voorzichtig op de rug draait en hun buik likt om de ontlasting te stimuleren. De welp leert zo dat omgedraaid worden dominant gedrag van de moeder is, terwijl op de rug liggen en urineren onderdanig gedrag is. Als hij ouder wordt, dient dit gedrag om de eigen onderdanige positie aan te geven en de hogere rang van de ander te accepteren. De jonge hond rolt niet noodzakelijkerwijs meteen ondersteboven, maar gaat in elkaar gedoken liggen alsof hij zo kan omrollen en eventueel een paar druppels urine kan laten lopen. Bij een oudere wolf betekent op de rug liggen en urineren een totale overgave. Hoe zelfverzekerder een wolf wordt, hoe minder vaak hij dit gedrag zal vertonen, afhankelijk van zijn of haar sociale status en de omgangsvormen binnen de groep (roedelorde). Dat geeft al aan dat zulk gedrag geen bewust signaal is, maar een geconditioneerde reflex die in gang gezet wordt door het bewustzijn van een dier omtrent de eigen status. (Met andere woorden: hij kan het niet helpen en is er zich waarschijnlijk niet eens van bewust dat hij het doet). Geen van ons is verbaasd als puppy’s identiek gedrag vertonen, maar we raken behoorlijk over onze toeren als onze oudere hond hetzelfde doet. Omdat het gedrag een onbewuste reactie is op de nadering van een dominanter dier, is het probleem dat hoe meer wij over onze toeren raken, hoe dominanter wij lijken. De hond op zijn kop geven omdat hij wat urine laat lopen als er een dominantere hond opdaagt, veroorzaakt alleen maar dat hij nog meer gaat plassen. Als mensen met dit probleem aankomen, is er vrijwel altijd sprake van een bekende voorgeschiedenis: een trainingsprogramma op jonge leeftijd dat door de eigenaar op overmatige dominante wijze is uitgevoerd. Pogingen om de puppy zo jong mogelijk onder de duim te houden, op een leeftijd waarop de pup zijn eigenaar automatisch al als het dominante dier ziet, leiden tot overbodige stimulering van het uitdrukken van deze onderdanige emotie. Training gericht op het opbouwen van de zelfverzekerdheid van de hond, vanuit grotere kennis van de eigenaar op de kritieke momenten, is de enige aanpak die het probleem kan beperken. Ook ontlasten is niet slechts het ontdoen van afvalproducten van het verteringsproces. Wolven en honden hebben aan beide zijkanten van de anus een anaalklier. In deze anaalklieren zit een sterk riekende stof. Aan het eind van het ontlasten vallen twee druppeltjes anaalvocht op de keutel. De geur van anaalvocht vertelt iets over de identiteit van de hond. Honden die zichzelf belangrijk vinden ontlasten liefst op plekken waar hun anaalvocht goed te ruiken valt: Op een boomstronk, midden op een wandelpad, of op een heuveltje. Honden die zichzelf onbelangrijk vinden ontlasten op plekken waar zij moeilijker op niet te ruiken zijn: Ver van een wandelpad in de struiken. Anaalvocht vertelt, evenals urine: Dit is mijn jachtgebied. Houd hier rekening mee!

Zonder geweten

Voor wilde dieren bestaan geen financiële, sociale of esthetische waarden. Zij verlaten zich helemaal op hun instinct en worden niet gehinderd door waardeoordelen over goed en slecht. Wolven beschermen geen jonge bomen voor het nageslacht zoals wij dat doen; als ze behoefte hebben aan meer vezels, graven ze de wortels van jonge bomen op. Als dieren honger hebben doden ze wat ze te pakken kunnen krijgen, ongeacht hoe het eruit ziet. Wolven beschikken niet over een psychische rem, die wij geweten noemen. Ons geweten zegt ons bij keuzes die wij in het leven dienen te maken: “Dit kun je niet maken. Dit mag niet, omdat het niet hoort. Of dit moet je doen, omdat het zo hoort”! Wij verwachten van honden dat ze begrip tonen voor de waarde die wij aan iets hechten. We vinden het niet zo erg, wanneer onze hond de krant van vorige week heeft opgevreten, maar we gaan door het lint als we er achter komen dat hij een briefje van vijftig euro heeft verorberd. Deze gang van zaken is voor een hond verwarrend omdat hij – net als de wolf – een behoefte bevredigt zodra hij de kans krijgt. Als hij behoefte heeft aan vezels en die al tot pulp vermalen zijn in papier, dan voldoet dat papier prima. Ook wanneer het gaat om een 50 euro biljet. Als de puppy aan het wisselen is en er is iets waar hij op kan kauwen, doet hij dat. Nu u er wat meer van weet, zult u zich bij veel vragen realiseren dat een eigenaar zich in feite vaak beklaagt over gedrag dat niet in zijn of haar kraam te pas komt en dat in bijna alle gevallen het probleem aan de hond wordt toegeschreven. Natuurlijk, er bestaan probleemhonden zoals honden die fobisch zijn en onaangepast gedrag vertonen, maar over het algemeen is het gedrag van de hond overgeërfd van zijn verre voorvader de wolf en is het volkomen normaal.

Tot slot

Jammer dat zoveel hondenscholen slechts kennis hebben van die processen bij honden, die te maken hebben met de aanpassing aan ons mensen. Het wezen van de hond ( wolf ), wordt te weinig begrepen, of er wordt nauwelijks iets mee gedaan. Vreemd toch dat wij zoveel weten en kunnen, maar daar soms zo weinig gebruik van maken. Onze taak is het normale van het abnormale te onderscheiden. Bij abnormaal gedrag schrijven wij een middel of een therapie voor en bij normaal maar onaanvaardbaar gedrag adviseren wij hoe dit gedrag gekanaliseerd kan worden, naar de behoeften van de individuele eigenaar, binnen de grenzen van het wezen van de hond. Wij leren een eigenaar hoe normaal hondengedrag eruit ziet, hoe een hond denkt en zich gedraagt en hoe het gedrag van een hond efficiënt te beïnvloeden valt.

Rob Mos 23-02-’04.

Bronnen: John Fisher (Waarom doet mijn hond zo?), Desmond Morris (Waarom blaft mijn hond? En Van woeste wolf tot trouwe huishond)