Regine Voort over Cesar

Hondengoeroes – Dog Whisperer Cesar Millan

Wereldberoemd en controversieel

Na vorige keer ‘Natural Dogmanship’ behandeld te hebben is het nu tijd voor ‘The Dog Whisperer’, de canine variatie op The Horse Whisperer. Wie denkt aan goeroes in de hondenwereld kan niet om de kleurrijke persoon van Cesar Millan heen. Via zijn programma ‘The Dog Whisperer’ dat bijna dagelijks op National Geographic wordt uitgezonden kent eigenlijk elke hondenliefhebber hem. Ook wie geen hond heeft, want hij spreekt tot de verbeelding bij een groter publiek. Geeft u hondentraining, dan is er een gerede kans dat cursisten met vragen komen naar aanleiding van zijn programma. Verstandig om u er zelf een mening over te vormen (als u die niet al heeft), want over geen andere hondendeskundige bestaan zulke uitgesproken en uiteenlopende meningen.

 

Door Regine Voort

 

Over Cesar Millan wordt veel gezegd en geschreven. Voor dit artikel worden alle controversiële meningen en beweringen buiten beschouwingen gelaten. Het is uitsluitend gebaseerd op zijn televisieshows en op de eerste twee boeken die hij geschreven heeft (‘Cesar’s Way’, 2006, en ‘Be the Pack Leader’, 2008), waarin hij zijn methode uiteengezet heeft.

Millan positioneert zich niet als hondentrainer. Niet of een hond gehoorzaam is maar of hij een hondwaardig leven kan leiden is voor hem de insteek, en of baas en hond voldoende goed samen kunnen leven om het voor beide bevredigend te laten zijn. Meer de benadering van een hondengedragstherapeut dus, maar Millan gaat hier in verder dan het gedrag. Niet het gedrag maar de emotie van zowel mens als dier bepaalt het succes van de relatie tussen beide. Soms moet de hond veranderen (en dat gaat verder dan ander gedrag vertonen), altijd ook) de mens. En ook bij de mens gaat het verder dan ander gedrag vertonen.

 

Energie en beweging

Millan spreekt met zijn cliënten steeds in termen van ‘energie’. Dat kan veel of weinig energie zijn, goede of slechte. Het kan over de hond gaan maar ook over de baasjes. In eerste instantie vraag je je bij het zien van de programma’s wel eens af of we het hier over een soort New Age aanpak hebben, maar als je wat hij doet tegelijk bekijkt met wat hij zegt is het toch een stuk aardser.

Veel of weinig energie. Dat is duidelijk, en ook dat een hond met veel energie daar een uitlaatklep voor nodig heeft en dat het baasje de verantwoordelijkheid heeft om daarin te voorzien. Millan stelt als prioriteit nummer een voor een hond: voldoende beweging, bij voorkeur in de vorm van een door de baas geleide, sportieve wandeling (rennen, fietsen en rollerskaten kan ook). Een hond die echt tegemoet kan komen aan zijn natuurlijke behoefte aan beweging zal veel minder gauw ongewenst gedrag vertonen dan een gefrustreerde hond die zijn energie niet kwijt kan.

 

Discipline en leiderschap

De tweede basisbehoefte van de hond waarin de baas moet voorzien is: voortdurend stabiel en duidelijk leiderschap bieden. Hij noemt dit ‘calm assertive leadership’. Dat uit zich bij Millan in leiding nemen tijdens de wandeling (zoals de leidende wolf de jacht aanvoert) en in alle bekende dagelijkse dingen zoals de baas bepaalt wanneer de hond eet, gaat als eerste de deur uit, bepaalt of de hond wel of niet op de bank mag. In Millans visie moeten alle mensen boven de hond in de roedel staan, de baas creëert zo nodig de afgeleide autoriteit voor de menselijke roedelleden die dit zelf (nog) niet kunnen. Discipline betekent regels stellen en zorgen dat de hond deze naleeft, inclusief sancties als hij dit niet doet. Die regels zijn nodig om de roedel (lees: ook het gezin) naar behoren te laten functioneren. Cesar Millan hecht zeer veel waarde aan het belang van de roedel voor elke hond, ook als deze behalve de hond uitsluitend uit mensen bestaat, en ook aan het leiding geven aan de roedel . het is voor hem zo belangrijk dat dat hij zijn gehele tweede boek, Be the Pack Leader, hier aan wijdt.

Hij geeft in zijn boek (minder in de shows) opmerkelijk veel regels voor het uitoefenen van dominantie over de hond. Alsof je bij iedere hond een probleem moet voorkomen dat je bij een groot deel van de honden sowieso nooit zal krijgen. Kwaad kan het niet, maar of het altijd nodig is?

 

Correcties

Correcties horen bij het laten naleven van regels en bij het heropvoeden van een ontspoorde hond. Correcties die Cesar zelf doorgaans gebruikt, afhankelijk van de situatie en de hond, zijn een kort scherp ‘kss’ geluid, of een duw met de vingertoppen van de hand, een rukje aan de lijn, een schop(je) met de voet, of het op zijn zij duwen van de hond. Eén keer moet voldoende zijn, het moet de hond uit zijn foute gedrag halen.

Zowel in zijn boek als in zijn shows benadrukt Millan consequent dat correcties op een ‘calm assertive’ manier gegeven moeten worden: niet emotioneel, zeker niet gefrustreerd en al helemaal niet agressief. Als de baas een hond corrigeert dient dit een doel te dienen, het mag geen uiting van onmacht of frustratie zijn. Hier spreekt Millan de baasjes aan op hun eigen (‘goede’ of ‘slechte’) energie: als je onzeker of angstig bent of boos of gefrustreerd, ben je niet goed in staat de juiste boodschap aan de hond over te brengen. Je angst of frustratie zal door de hond opgepikt worden en zijn reactie (mee) bepalen. De hond zal je als zwak zien en geen leiding van je aannemen.

 

Hulpmiddelen

Millan schuwt het gebruik van hulpmiddelen niet, ook niet voor cliënten. Hoewel hij geen enkel hulpmiddel ‘in de ban’ doet waarschuwt hij in zijn boeken om ze niet te gebruiken als straf, als je jezelf niet in de hand hebt door bijvoorbeeld kwaadheid, of als je er niet voldoende ervaren mee bent. Ook wijst hij erop dat hulpmiddelen nooit een vervanging mogen zijn voor adequaat leiderschap. Maar evengoed laat hij baasjes soms nog hulpmiddelen gebruiken die alleen maar schadelijk kunnen zijn voor de hond in kwestie, zoals prikbanden bij een angstige hond. Daar zou hij wat mij betreft best een grens mogen trekken. De kans dat een baasje meer schade aanricht dan zonder dat hulpmiddel is reëel. Dit fenomeen is ook bekend uit de paardenwereld. Naarmate meer onervaren ruiters gebruik gingen maken van dwingende hulpmiddelen om hun paard onder controle te krijgen (in plaats van de tijd te nemen om een betere rijtechniek aan te leren) nam het aantal rug- en nekklachten en het aantal gedragsproblemen bij paarden toe. Sommige dingen kun je beter niet willen.

 

Affectie

De derde voorwaarde voor een goede baas-hond relatie is affectie, ofwel liefde. Nadrukkelijk de derde! In onze omgang met honden is dit doorgaans de voorwaarde waaraan in overvloede voldaan wordt. Millan wijst zijn klanten er op dat ze hun hond primair moeten zien als een dier, dan als hond, dan als ras en op de laatste plaats als individu. Dat bepaalt ook de behoeften van het dier in kwestie. Beweging en duidelijke regels zijn dan van een groter belang dan affectie. De tekortkomingen liggen bij de mens vaak in onvoldoende beweging en leiding geven aan de hond. Hij pleit voor het gepast en niet voortdurend tonen van affectie, liefst als de hond het op een of andere manier verdiend heeft. Dit geeft de affectie ook meer waarde. Zeker moet je geen affectie tonen op verkeerde momenten zodat ongewenst gedrag beloond wordt.

Zelf laat hij in alle afleveringen ruimschoots affectie voor zowel hond als mens zien, wat zijn acceptatie bij de baasjes ongetwijfeld ten goede komt. Als je je al zo kwetsbaar durft op te stellen dat je toegeeft dat je je hond niet kunt hanteren is het wel zo prettig als iemand je daar niet op veroordeelt en je ook niet alleen op je tekortkomingen aanspreekt.

 

Start

In het eerste gesprek observeert Millan de hond en hoe het gezin met de hond (en soms ook de gezinsleden met elkaar) omgaat. Hij bespreekt met hen wat hij ziet en laat hun vaak ook zien wat dit met de hond doet. Hij doet voor hoe ze ander gedrag van de hond kunnen krijgen.

Meestal start dan de therapie voor gezin en hond samen. In sommige gevallen concludeert hij dat therapie op dit moment niet haalbaar is, bij gebrek aan ervaring, kennis of overwicht van de gezinsleden. Het gaat dan om honden die door te weinig of verkeerde leiding ernstig ontspoord zijn, of mishandelde of anderszins getraumatiseerde honden. In die gevallen neemt hij de hond een tijdje op in zijn eigen Dog Psychology Centre. Met hulp van een grote roedel honden en met gebruik van een grote variëteit aan trainingsmethoden geeft hij hier de hond de nodige stabiliteit en feedback die het dier in staat stelt om zijn oorspronkelijke, normale hondengedrag te hervinden.

Hoewel het Engelse ‘rehabilitate’ eerder ‘resocialiseert’ dan rehabiliteert betekent heeft Millan ook veel afgeschreven agressieve honden van grote sterke en soms ook beruchte rassen zoals Pitbulls en Rottweilers tot stabiele hanteerbare (huis)honden weten te hervormen. Je kunt wel zeggen dat hij het nodige heeft bijgedragen aan het rehabiliteren van met name de krachtige en als agressief bekend staande rassen en kruisingen. ‘They’re not born that way’ is zijn adagium. Elke hond verdient een kans op leven, en euthanasie om gedragsredenen is wat hem betreft nagenoeg nooit nodig.

In de therapie die (eventueel na een verblijf van de hond in zijn centrum) volgt ligt de nadruk op het trainen van de baasjes in het bieden van beweging, leiderschap en discipline zoals hierboven omschreven.

 

‘I train people’

Zijn omgang met baasjes is indringender dan gewoonlijk in de gedragstherapie. Millan spreekt baasjes niet alleen aan op hun handelen richting de hond maar ook op hun eigen niet goede ‘energy’, die bijvoorbeeld door onzekerheid of frustratie bepaald wordt. De adviezen die zij krijgen, zoals ‘stel je voor hoe je het wilt hebben en ga er van uit dat het zo gaat’, zijn geworteld in een heel ander deel van de (humane) psychologie dan de meestal toegepaste gedragstherapie. Emotie is nadrukkelijk onderdeel van de doelstelling: een uitgebalanceerde, evenwichtige hond en een evenwichtig baasje die als een ‘calm assertive leader’ kan optreden. Deelnemers aan het programma ervaren vaak dat de invloed hiervan verder gaat dan alleen de relatie met hun hond. Dit laatste kan overigens ook voor de reguliere gedragsgeoriënteerde gedragstherapie opgaan. De opvoeding en bijsturing van een hond heeft aanmerkelijk meer overeenkomsten met het opvoeden en bijsturen van kinderen (of partners!) dan menigeen zich realiseert.

 

Praktische haalbaarheid

Er zijn maar weinig trainers of gedragstherapeuten die een stabiele roedel honden tot hun beschikking hebben om een ernstig ontspoorde hond op te nemen om te helpen resocialiseren. Daarin is Millan een uitzondering. Nog minder zullen er in de gelegenheid zijn om zoals Millan en zijn medewerkers dagelijks vijf tot acht(!) uur lichaamsbeweging aan zo’n roedel honden te geven zodat ze moe en tevreden zich optimaal van hun therapeutische kant kunnen laten zien. Veel andere principes die hij hanteert – het bewust maken van eigenaars van het belang van beweging, discipline en affectie, in die volgorde – zijn zonder meer toepasbaar en bij voldoende ervaring en scholing prima uitvoerbaar.

Voor het toepassen van Millans gedachtegoed over ‘energy’ in het bijzonder bij het humane deel van de roedel is andere kennis van humane psychologie nodig dan gewoonlijk in de opleiding tot hondentrainer geboden wordt. Millan baseert zich onder meer op NLP (neuro linguistisch programmeren), een toepassingsgerichte psychologie die onder meer gebruik maakt van visualisatietechnieken. Zonder achtergrondkennis proberen het concept van ‘energy’ te benutten bij cliënten zal vermoedelijk minder effectief zijn en mogelijk resulteren in vaagheden en, erger, ongeloofwaardigheid. Als je zelf niet precies weet wat je bedoelt kom je al gauw als zwever of als onecht over. Zonder het concept ‘energy’ zijn veel belangrijke elementen hiervan overigens nog steeds prima toe te passen, in het bijzonder lichaamstaal. Het is niet moeilijk om iemand te laten zien en ervaren hoe zijn stemming en verwachtingspatroon doorwerkt in zijn lichaamshouding en zijn gedrag.

Voor hondenbaasjes wordt de praktische toepasbaarheid vooral bepaald door de bereidheid om echt aan de drie voorwaarden te voldoen: veel beweging geven. ’s Ochtends minimaal een uur, na het werk minimaal een half uur (meer is beter), leiderschap 24/7 (dus ook als je murw uit je werk komt) en affectie (maar dan na er voor gewerkt te hebben en op het juiste moment). Millan ziet liever dat je een nieuwe pup de eerste veertien dagen niet aanhaalt, maar realiseert zich de onhaalbaarheid hiervan voor de meeste mensen.

Al met al vraagt het een veel verdergaand commitment van alle betrokkenen dan, zeg, het sec afleren van een ongewenste gedraging.

 

Voor wie toepasbaar

De drie randvoorwaarden voor een goed hondenleven zijn in principe voor iedereen toepasbaar, mens en hond. Niet dat het dan altijd succesvol zal zijn. Ook Millan onderkent dat sommige combinaties niet zullen werken. Hij relateert dit vooral aan energieniveau. Een energieke, krachtige hond met een onzekere, fysiek niet sterke baas is een recept voor ongelukken. Ook hij raadt mensen soms aan niet met de hond door te gaan. Dat hij dan de hond resocialiseert en er een nieuwe baas voor zoekt, en met het baasje een andere, beter passende hond uitzoekt is iets dat hier ook niet standaard tot de mogelijkheden van de gedragstherapeut behoort.

 

Risico’s

De belangrijkste risico’s in Millan’s methode zitten er in dat hij, meer dan hier gebruikelijk is, gebruik maakt van correcties, ook bij zeer krachtige en agressieve honden. Hij laat niet na om te waarschuwen, zowel in de shows als in de boeken, dat je dat als hondeneigenaar beslist nooit moet doen zonder de hulp van een echt ervaren gedragstherapeut of trainer die goed weet wat hij doet. Dat is geen overbodige luxe. Niemand zit te wachten op een toename van bijtincidenten die ontstaan door een trainingsmethode. En toch nemen mensen zijn voorbeeld over. Zoals die mevrouw hier in de buurt. Haar grote hond neemt een hoge houding aan tegen mijn hond. Mevrouw geeft haar hond geroutineerd een schopje achterlangs zoals Millan dat ook doet. Hond houdt echter hoge houding en gaat er bij grommen. Mevrouw begint boos tegen hem te mopperen ‘hoe haal je het in je hoofd’ en gaat over hem heen hangen (haar gezicht dicht bij zijn hoofd). Ik heb mijn eigen hond snel aan de situatie onttrokken voordat de andere hond, aan de lijn, zijn toenemende opwinding mogelijk op zijn baasje zou afreageren. Dat beoogt Cesar Millan natuurlijk niet maar mensen nemen gemakkelijk een deel van wat ze zien over, zeker in het geval van correcties, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Als je met correcties a la Millan gaat werken zou je in het geval van een agressieve hond het gebruiken van een muilkorf zeker moeten overwegen, zelfs al zijn bij gebruik van een muilkorf ook wel weer kanttekeningen te plaatsen, maar safety first. Dat geldt evenzeer voor trainers en gedragstherapeuten zelf, want je wilt je klant niet door jouw voorbeeld uitdagen om het te snel ook zonder muilkorf te proberen.

 

Commerciële aspecten

Ik ben niet op de hoogte van eventuele commerciële uitingen van Millans werk in Nederland, anders dan de verkoop van zijn (Engelstalige) boeken, magazines en DVD’s. Een consult van hem in de USA zal best het nodige kosten (hij krijgt meer dan honderd aanvragen per dag) maar naast commerciële motieven lijkt de ambitie om de beste te zijn in het overdragen van kennis over honden tenminste een even sterke drijfveer bij Millan. En wat te zeggen van zijn drijfveer om honden een beter lot te bezorgen? Iemand die agressieve honden van Death Row redt en resocialiseert, en ijvert voor asiels die honden niet afmaken, verdient het krediet dat het hem om veel meer dan commercie te doen is.

 

Wetenschappelijke basis

‘I rehabilitate dogs. I train people’. Aangezien Millan ook gebruik maakt van technieken uit de humane psychologie moeten ook deze in de beschouwing betrokken worden.

Allereerst de hondenkennis. Het lijdt weinig twijfel dat Millan naast zijn levenslange intense praktijkervaring ook kennis heeft van de ontwikkelingen op hondentrainings- en gedragsgebied. Hij refereert in zijn boeken ook aan andere schrijvers. Zijn technieken zijn doorgaans actueel en hij past ze kundig toe. Zo is in een bijzonder ontroerende aflevering van zijn show te zien hoe hij een ernstig getraumatiseerde legerhond, een Labrador, desensitiseert met eindeloos geduld in combinatie met doortastendheid (daar gaat het vaak mis!) en creatief gebruik van positieve bekrachtiging en ontspanning (onder andere zwemmen).

Met zijn aandacht voor de emoties bij honden loopt Millan mee in een voorhoede waarin wetenschappers als Bekoff en De Waal zich ook bevinden met hun werk over emoties bij dieren.

 

Wolvenroedel

Waar het gaat om zijn referentiekader, de oorsprong van hondengedrag, leunt hij erg sterk op het model van de wolvenroedel. Van daaruit is zijn sterke accent op leiderschap maar vooral het dominant zijn over je hond te verklaren. Dat model is ondertussen aangevuld en deels achterhaald door nieuwe kennis die in Millans werkwijze niet terug te vinden is. Zo is bekend dat het roedelleiderschap meestal niet bevochten wordt omdat de roedelleider doorgaans de vader is en de roedel het gezin met hooguit wat familie.

Ook de inzichten van de Coppingers ten aanzien van hoe honden zichzelf socialiseerden richting mens zijn niet terug te vinden in Millans aanpak. Coppinger baseert zich vooral op de ‘village dogs’, de honden die in grote delen van de wereld rond de dorpen zwerven, geen baas hebben maar zich wel vaak bij mensen ophouden en gezien worden als behorende bij hun dorp. Deze honden hangen wel samen rond maar vormen geen roedels en gaan zelden of nooit samen op jacht. Leiderschap speelt veel minder een rol. Deze honden vormen een schakel tussen de wilde oerouder van de hond, de wolf, en onze huidige bonte verzameling hondenrassen. In die tussenschakel is het gedrag wel veranderd! De autonomie die veel zelfstandig werkende rassen zoals terriërs aan de dag leggen is hier wellicht op terug te voeren,. Dit is een passender verklaringsmodel voor hun gedrag dan de wolvenroedel. Het is dan ook de vraag of Millans model op dit type honden wel even goed past als op de honden van zijn jeugd en van zijn hart, zoals Rottweilers, Duitse Herdershonden en Pitbulls, rassen waar dominantie en rangorde een grotere rol spelen dan bij terriërs of gezelschapshonden. Een voorbeeld zag ik in een aflevering waarin Millan geruime tijd een Jack Russell Terriër liet zien die dwangmatig onder een stoel kroop en beet als je hem daar onder uit wilde halen. Het gedrag van Millan deed de hond wel ontwijken maar leek hem niet de beoogde berusting te geven. Daarna deed Millan overigens alsnog wat nodig was: de baasjes leren het ongewenste gedrag van de hond voor te zijn en de hond belonen voor ander, rustig, niet obsessief gedrag. Het eindresultaat was er dus evengoed, maar de aandacht voor dominantie leek niet van wezenlijke invloed omdat het in dit geval niet veel verband hield met het echte issue.

Al met al lijkt dit referentiekader van Millan het beste aan te sluiten bij hondentypen die leider-volger georiënteerd zijn zoals veel Rottweilers en herdershonden, en minder bij autonoom-zelfstandige hondentypen zoals poolhonden, terriërs of Basenji’s. Bij deze honden zal al die nadruk op dominantie en het tonen van leiderschap minder zoden aan de dijk zetten. (Als honden konden schouderophalen…) Overigens hebben deze honden natuurlijk wel even duidelijk huisregels en het consequent naleven hiervan nodig.

 

Humane psychologie

Via de begrippen positieve en negatieve energie communiceert Millan over de stemmingen en de verwachtingspatronen die mensen hebben in de omgang met hun hond. Hij hanteert de principes die we hier meestal kennen onder de term ‘positief denken’, in navolging van bekende auteurs van zelfhulpboeken zoals Wayne Dyer, Deepak Chopra en Allan en Barbara Pease. Uit de technieken-toolbox van NLP (Anthony Robbins) maakt hij vooral dankbaar gebruik van de techniek van visualisatie, wat er kortweg op neerkomt dat je je voorstelt hoe een situatie idealiter gaat verlopen en je dan je blijft voorhouden dat het zo zal gaan. Hoewel deze denkwijzen in de Verenigde Staten meer gemeengoed zijn dan hier, is er toch al veel bewijs (ook op neurologisch terrein) dat het visualiseren van wat je wilt bijdraagt aan je welbevinden, aan je mentale voorbereiding op een situatie en op het adequaat handelen in deze situatie. ‘ Mentale training’ op deze manier is al veel onderzocht en werkzaam bevonden. Bijkomend voordeel hiervan is dat je de hondenbaasjes iets opdraagt dat zij zelf kunnen doen, waarmee zij kleine successen kunnen behalen. Zo help je het gevoel van onmacht (en negatieve verwachting) doorbreken dat vaak bestaat bij baasjes op het moment dat ze als laatste redmiddel een trainer of therapeut inschakelen. Het verbetert ook de stemming (met positieve dingen bezig zijn maakt positief gestemd) en de sympathie voor de trainer: weer een factor die de kans dat je adviezen opgevolgd worden doet toenemen. Omdat deze denkwijze en de techniek van visualisatie op meer terreinen gebruikt kan worden rapporteren cliënten vaak dat het hun kijk op het leven veranderd heeft.

Of je er nu in ‘gelooft’ dat een dier je stemming kan aanvoelen of niet, onafhankelijk hiervan kan je de houding en het optreden van het baasje hiermee verbeteren en dit zal zeker van invloed zijn op het dier. Millan zegt bijvoorbeeld vaak: “Je moet het niet proberen, je moet het gewoon doen”. In een scala aan psychologische onderzoeken is al aangetoond dat mensen die met (realistisch) vertrouwen aan een taak beginnen, het er beter af brengen dan zij die aarzelend aan hetzelfde beginnen. Voor dit deel van ‘positieve en negatieve energie’ is er een goede onderbouwing in wetenschappelijk onderzoek te vinden. Al blijft wel oppassen met die ‘energie’ termen. In Nederland zal je daarmee al gauw of als goeroe of als zwever te boek komen te staan, afhankelijk van de vraag of het baasje in kwestie jou (in Cesars termen) als leider wenst te accepteren.

Wat betreft het veel aangevochten gebruik van correcties door Millan: de logica achter zijn aanpak van correcties (kort, emotieloos, tijdig en duidelijk genoeg opdat één correctie volstaat) is in lijn met onze kennis van mechanismen van beloning en gedrag.

Laten we niet vergeten dat we in de positieve training vooral het corrigeren in de ban gedaan hebben omdat het in de meeste gevallen zeer verkeerd, vanuit kwaadheid, frustratie en foute aannames wordt toegepast door hondeneigenaren (en ook wel door trainers). Verder zit er ook een element van afzetten tegen de oude, harde methodes in de nadrukkelijke ‘ban’ op correcties. Je leert een hond weliswaar geen goed gedrag aan door correcties, maar je kunt er, mits juist uitgevoerd, wel dreigende ontsporing mee corrigeren en je kunt het ook gebruiken om ongewenst gedrag af te leren. In alle gevallen: mits deskundig toegepast, want er is in het verleden zeker veel meer kwaad dan goed gedaan, ook door de meest goedwillende mensen. Corrigeren vraagt grote kundigheid om eerder besproken risico’s te vermijden.

 

Onderscheidend

Het meest opmerkelijke van Millans aanpak is dat het een holistische werkwijze is. Hij spreekt mens én hond aan op hun totale gedrag in de roedel. Er wordt niet één gedraging uitgepikt en ‘behandeld’. ‘Cesar’s way’ is een ‘way of life’. Hij gaat voor gelukkige, uitgebalanceerde honden en gelukkige, uitgebalanceerde baasjes. Emotie en tegemoet komen aan de natuurlijke behoeften van het dier, de hond, het ras en zijn naam (in die volgorde) staan voorop. Het drietal randvoorwaarden hiertoe, beweging, discipline en affectie, zijn een totaalpakket waaraan voldaan moet worden.

Met deze holistische benadering onderscheidt Millan zich binnen de wereld van trainers en opleiders, en hoewel zijn referentiekader en trainingstechnieken niet altijd vernieuwend te noemen zijn kun je zijn ‘totaalaanpak’ wel als onderscheidend en vernieuwend aanmerken.

Invalshoeken

In het vorige nummer zijn we gestart zijn met een serie over goeroes in de hondenwereld. Hierop ontvingen we een reactie van Greet Abbink, die in Nederland de werkwijze van Cesar Millan toepast. Haar bijdrage vindt u elders in dit blad. Regine Voort houdt de werkwijze van Millan tegen het licht volgens de invalshoeken die we vorige keer geschetst hebben:

hoe ziet de aanpak er uit, de praktische haalbaarheid, voor wie toepasbaar, risico’s bij toepassing, in lijn met of in tegenspraak met wetenschappelijke inzichten, commerciële aspecten, wat zijn de onderscheidende en vernieuwende aspecten.